Leidraad

De Autoriteit voor Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen (de "Autoriteit") wil, op basis van ervaring die de afgelopen jaren is opgedaan bij de concrete toepassing van Verordening (EU, Euratom) nr. 1141/2014, enkele handvatten bieden aan Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen, zonder daarbij te streven naar volledigheid. Geen van de door de Autoriteit verstrekte handvatten doen afbreuk aan het rechtstreeks bindende karakter van Verordening (EU, Euratom) nr. 1141/2014. Bovendien kan het zijn dat deze leidraad aangepast moet worden als de omstandigheden daartoe aanleiding geven en/of het wetgevingskader wordt gewijzigd.

Soorten donaties en bijdragen

· Betalingen van buiten de EU: Het Gerecht van de Europese Unie heeft verduidelijkt dat buiten de EU gevestigde partijen niet kunnen worden beschouwd als politieke partijen in de zin van Verordening (EU, Euratom) nr. 1141/2014 omdat het geen verenigingen zijn van burgers uit de Unie (arrest van 25 november 2020, ACRE/Parlement, T-107/19), en ze dus geen bijdragen kunnen leveren. Artikel 20 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1141/2014 bevat een verbod op aanvaarding van donaties van overheden en van donaties van particuliere entiteiten of personen uit derde landen.

· Wanneer Europese politieke partijen dergelijke betalingen ontvangen, moeten deze dan ook onmiddellijk worden terugbetaald overeenkomstig artikel 20, lid 6, van Verordening (EU, Euratom) nr. 1141/2014. Indien dit niet gebeurt, dient de Autoriteit de oplegging van een sanctie op grond van artikel 27, lid 2, punt b), i), van deze verordening te overwegen.

· De definitie van "donatie", zoals opgenomen in artikel 2, lid 7, van Verordening (EU, Euratom) nr. 1141/2014, omvat niet alleen rechtstreekse betalingen in geld, maar ook indirecte betalingen via "andere transacties die een economisch voordeel vormen voor de [...] Europese politieke partij [...], met uitzondering van bijdragen van leden [...]". Hierbij kan het ook gaan om transacties tussen derden op grond waarvan een Europese politieke partij of stichting niet moet overgaan tot het verrichten van betalingen die deze partij of stichting eigenlijk zelf had moeten doen.

Donaties – toerekening

  • Donaties die aan de Autoriteit zijn gemeld in overeenstemming met artikel 20, lid 4, van Verordening (EU, Euratom) nr. 1141/2014 en door Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen zijn ontvangen in jaar N + 1, kunnen door deze laatste slechts in zeer specifieke omstandigheden worden toegerekend aan jaar N.
  • Opdat de Autoriteit een dergelijke toerekening aan jaar N kan aanvaarden, moeten de Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen documentatie overleggen waaruit blijkt dat de toezegging voor de betaling van de donatie in kwestie reeds vóór het jaar N + 1 door de donateur was gedaan, en dat er een afdwingbare overeenkomst bestond over betaling van de donatie in jaar N.
  • Dergelijke documentatie moet reeds in jaar N aan de Autoriteit worden toegezonden, zelfs als de betaling van de donateur nog niet is ontvangen. Het kan hierbij gaan om een donatieovereenkomst of een onderliggende contractuele regeling, een eenzijdige verbintenis, een betalingsopdracht, een mededeling hierover bijvoorbeeld per brief en/of e-mail, een factuur enz.

Afzonderlijke donaties

  • "Afzonderlijke donaties" van meer dan 12 000 EUR worden overeenkomstig artikel 20, lid 4, van Verordening (EU, Euratom) nr. 1141/2014, door Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen onmiddellijk aan de Autoriteit gemeld.

  • De Autoriteit zal per geval beoordelen of meerdere betalingen van één donor ook als een enkele "afzonderlijke donatie" kunnen worden aangemerkt.

    • Dit kan met name het geval zijn wanneer er vooraf een overeenkomst met de donor is gesloten met het oog op één enkele afzonderlijke donatie, maar de betaling in verschillende tranches heeft plaatsgevonden.

    • In het geval van losse spontane betalingen van dezelfde donor beschouwt de Autoriteit deze betalingen doorgaans niet als een "afzonderlijke donatie" waarvoor onmiddellijke kennisgeving vereist is wanneer de gecumuleerde bedragen meer dan 12 000 EUR bedragen (onverminderd de vereisten inzake regelmatige verslaglegging in de loop van het proces van de jaarrekeningen).

Feitelijke donor

  • Wanneer de Autoriteit de wettigheid van donaties op grond van artikel 20 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1141/2014 beoordeelt, moet zij de exacte identiteit van de donor verifiëren en vaststellen indien meer dan één persoon of entiteit bij een dergelijke donatie betrokken is.

  • Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn in een situatie waarin een juridische entiteit binnen een groep ondernemingen rechtstreeks contact heeft met de EUPP/EUPF in verband met de donatie, terwijl een andere entiteit binnen dezelfde groep ondernemingen uiteindelijk de desbetreffende betaling verricht.

  • In een dergelijke situatie zal de Autoriteit uitgaan van het concept "feitelijke donor", d.w.z. dat zij zal beoordelen vanwaar de betaling daadwerkelijk afkomstig is binnen de betrokken groep van ondernemingen. In dit verband zal de Autoriteit onder meer rekening houden met de volgende factoren:

    • Welke entiteit was rechtstreeks betrokken bij het creëren van de rechtsgrondslag voor de betaling (bv. onderhandelde over de sponsoringovereenkomst)?

    • Had deze entiteit het recht om naar eigen goeddunken te beslissen met betrekking tot de inhoud van de overeenkomst en de betalingsvoorwaarden?

    • Wat was de rol en verantwoordelijkheid van de andere betrokken entiteit? Was zij slechts een betaaldienstverlener of speelde zij een verantwoordelijke rol in de onderliggende overeenkomst?
  • In elk geval mag geen van de personen of entiteiten die betrokken zijn bij een donatieproces (initiator of betaler) zich in een situatie bevinden die verboden is bij artikel 20, lid 5, van Verordening (EU, Euratom) nr. 1141/2014.

Verlaagde tarieven

  • Overeenkomstig artikel 2, punten 7, en 8, van de verordening vormt de levering van goederen, diensten (waaronder leningen) of werken tegen een prijs onder de marktwaarde een donatie of, indien deze wordt verstrekt door een lid dat door de verordening als zodanig is erkend, een bijdrage. Indien en voor zover dit het geval is, zijn de regels inzake kennisgeving en verjaring met betrekking tot donaties en bijdragen, zoals vastgesteld in met name artikel 20 van de verordening, van toepassing.

  • Niet alle kortingen zijn echter donaties of bijdragen in de zin van de verordening: in dit verband moeten de omvang en de reikwijdte van de korting worden beoordeeld. Om in concreto te bepalen of de levering van goederen, diensten en werken tegen een verlaagde prijs moet worden aangemerkt als een donatie of een bijdrage, moet in ogenschouw worden genomen:

    • of de korting specifiek ten goede komt aan de Europese politieke partij of Europese politieke stichting, dan wel meer dan aan andere (wat zou wijzen op een donatie of bijdrage), dit in tegenstelling tot het op dezelfde wijze tot voordeel strekken van een vooraf op basis van objectieve criteria gedefinieerde groep potentiële afnemers (bv. korting voor alle "ngo's"); en, in ieder geval,

    • of de korting in strijd is met algemeen erkende marktbeginselen (bv. levering van een goed of dienst onder de kostprijs) (wat zou wijzen op een donatie of bijdrage).

Scheiding tussen de Europese politieke partij en de daaraan verbonden Europese politieke stichting

  • Volgens artikel 3, lid 3, van Verordening (EU, Euratom) nr. 1141/2014 moet de scheiding tussen de respectievelijke dagelijkse leiding, bestuursstructuren en financiële rekeningen van elke Europese politieke partij en de daaraan verbonden Europese politieke stichting worden verzekerd.

  • Met betrekking tot de respectievelijke bestuursstructuren betekent dit met name dat de bestuursorganen van beide organisaties niet alleen formeel gescheiden moeten blijven, maar ook structureel in staat moeten zijn om in de praktijk onafhankelijk van elkaar bestuursbesluiten te nemen.

    • Tot de in dit verband te beoordelen factoren behoren de besluitvormingsprocedures die zowel in de statuten van de organisaties als in de uitvoeringsbepalingen zijn opgenomen, met name wat betreft de weging van de stemrechten van de ambtsdrager in de bestuursorganen van beide organisaties en de uitvoerende bevoegdheden die rechtstreeks aan die ambtsdrager zijn verleend.

    • Bijgevolg moet worden uitgesloten dat de betrokken persoon een van de twee organisaties op eigen initiatief en zonder dat hij op zoek dient te gaan naar een meerderheid in een bestuursorgaan van die organisatie, een door of namens de andere organisatie genomen besluit kan opleggen. De concrete vervangingsbevoegdheden die met het voor de persoon beoogde ambt samengaan, kunnen dus ook van belang zijn.

    • Wat de respectievelijke dagelijkse leiding betreft, mag het personeel niet volledig identiek zijn. In geval van gedeeltelijke overlapping zal de Autoriteit nagaan of een voldoende mate van operationele autonomie van beide entiteiten desalniettemin gewaarborgd is.

Waarborgen tegen buitenlandse inmenging

  • Overeenkomstig artikel 10, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie en artikel 2, leden 1 en 4, artikel 3, lid 1, punt b), en artikel 3, lid 2, punt e), van Verordening (EU, Euratom) nr. 1141/2014 moet er een onderscheid worden gemaakt tussen Europese en niet-Europese burgers en entiteiten in hun betrekkingen met Europese politieke partijen of Europese politieke stichtingen. Naast de gevolgen voor bijdragen en donaties is voorzichtigheid geboden ten aanzien van de mate waarin niet-Europese burgers of entiteiten deelnemen aan de bestuursstructuren van Europese politieke partijen en stichtingen.

  • Er moet met name voor worden gezorgd dat personen zonder EU-burgerschap of niet-Europese entiteiten, individueel of collectief, niet in staat zijn om
    • een handelwijze op te leggen aan een meerderheid van de stemgerechtigde EU-burgers of leden in de bestuursorganen van een Europese politieke partij of Europese politieke stichting, of

    • een dergelijke meerderheid te blokkeren.